Kim is een meisje van 15 jaar. Ze zit in de derde klas van het VMBO. Voor de les begint, kijkt ze nog even op haar telefoon. Ze ziet een anoniem bericht. ‘Kleretrut. Ik krijg je nog wel!’ De tranen springen haar in de ogen. Ze krijgt nu al een maand dit soort berichten. Ze heeft wel een vermoeden wie haar lastig valt, maar wat kan ze doen? Ze voelt zich machteloos en wanhopig. Ze wil dat het stopt, maar heeft geen idee hoe ze dit aan moet pakken. Moet ze het bespreken met haar leraar of lerares? Naar haar ouders? De politie? Kim zet haar telefoon op stil en schuifelt stilletjes de les in.

Pestgedrag via social media noemen we cyberpesten. Het gaat daarbij om vervelende berichten per e-mail, sms, ping, MSN, Facebook of Twitter, maar ook beledigende of compromitterende filmpjes op YouTube.

Feitelijk is het niet veel anders als ‘gewoon’ pestgedrag, met dat verschil dat het niet ‘live’ gebeurt en het vaak, maar niet altijd, duidelijk is waar de berichten vandaan komen. De digitale pester voelt zich vaak vrij en sterker, waardoor er nog heftiger gepest wordt, dan bijvoorbeeld op het schoolplein. Met als gevolg dat degene die digitaal gepest wordt, zich nóg kwetsbaarder en onzekerder voelt dan anders het geval zou zijn.

IJsberg

Als kindercoach valt het mij op dat veel tips en adviezen over cyberpesten heel vaak gaan over het gedrag, (het topje van de ijsberg, dat wat je ziet, voelt en hoort). Van zowel de pester als het gepeste kind. Op zich logisch, want je wil dat het pesten zo snel mogelijk stopt en dat het gepeste kind zich weer fijn en veilig voelt. Ik wil graag wat dieper duiken in de oorzaken van het gedrag, (de ijsberg onder het wateroppervlak, overtuigingen, stressfactoren, meningen, eigenschappen etc). Pesten zegt iets over de plek waar het gebeurt, het zegt iets over het gepeste kind, over de pester en over hoe de omgeving ermee omgaat. Wat is er nodig om een definitief einde te maken aan pestgedrag?

Leiderschap

Als je aan een kind vraagt wat hij in de plaats zou willen van het pesten (wat is eigenlijk je doel met je gedrag) dan krijg je vaak als antwoord: ‘Een goed leider zijn’. En dan inventariseer je samen hoe dat er dan uitziet, een goede leider. Bijvoorbeeld: dat je genoeg zelfvertrouwen hebt, een gezond gevoel van eigenwaarde, dat je ideeën hebt over waar je naar toe wil en hoe je daar komt (visie noemen we dat bij volwassenen). Dat je anderen kunt motiveren en overtuigen om met je mee te gaan en dat je enthousiast bent en veel energie hebt. Die energie gebruik je dan weer om richting te geven. Als je het dan gaat hebben over de minstens net zo belangrijke eigenschappen van een goede leider: hulpvaardigheid, empathie, begrip en inlevingsvermogen wordt duidelijk dat het pestgedrag verre staat van leiderschapgedrag. Vooral deze laatste vaardigheden zorgen ervoor dat het leiderschap van kinderen wordt geaccepteerd door andere kinderen. De leiders houden daarmee rekening met anderen en stellen zich niet egocentrisch op. Ze kunnen delen en gunnen andere kinderen ook het goede.

 

Minderwaardigheid

Er is ook een categorie kinderen die pest om zelf niet het onderspit te delven. Dit zijn vaak kinderen die zelf op de één of andere manier getraumatiseerd zijn. We zeggen dan tegen de gepeste kinderen dat de pesters eigenlijk een groter probleem hebben, maar blijven daarmee aan de zijlijn. Terwijl de pesters misschien meer onze hulp nodig zouden hebben dan de gepeste waar vaak veel voor is geregeld. Een pester kan pesten om te voorkomen om zelf gepest te worden. Als dit kind moeilijk met zijn eigen emoties kan omgaan en misschien zelf veel vernedering heeft meegemaakt, kan het merken dat hij door zijn haat en agressie veel macht kan krijgen. Deze macht voelt beter dan de machteloosheid die het in andere situaties misschien voelt, bijvoorbeeld thuis of in een andere groep kinderen. Deze pestende kinderen roepen dan wellicht net zoveel angst op als zij zelf ervaren op een andere plek. Kinderen die neigen tot angst voor dit soort agressie lopen dan al snel achter deze leidende pester aan. Het vergt veel kracht van de meeste kinderen om zich af te keren van iemand die agressie vertoont. Veel beter kan je er dan voor kiezen om tegen deze agressor aan te schurken want dan ben je tenminste veilig.

Weerbaarheid

Veel kinderen die het slachtoffer worden van pestgedrag hebben ergens in dit proces iets te leren over weerbaarheid. Bijvoorbeeld in de vorm van een weerbaarheidstraining en/of in combinatie met coaching. In de training leren kinderen in kleine groepen iets over hun stem en lichaamshouding, hoe ze overkomen op anderen en wat er voor nodig is zodat jij jezelf en anderen ook serieus neemt. De oefeningen tijdens deze training zijn erg fysiek en gericht op het uitdagen van jezelf en je eigen grenzen opzoeken. Als je namelijk weet waar je eigen grenzen liggen (en die van anderen) ben je ook in staat om deze duidelijk aan te geven. In de coaching kun je wat dieper ingaan op de oorzaak van het eigen gedrag. Wat maakt dat je niet voor jezelf op durft te komen? Wie kan dat volgens jou wel? Hoe ziet dat er dan uit en wat heb je hiervoor nodig? Hoe zit het met jouw eigen ruimte? Wanneer reageer je wel ergens op, wanneer negeer je iets? Allemaal hele specifieke vragen gericht op de onderliggende oorzaken van het gedrag van het gepeste kind. De coaching en de training hebben een versterkende werking op elkaar, zeker ook als de ouders en leerkrachten meedoen met de cursus weerbaarheid voor volwassenen. Hier hebben we het ook o.a. over omgaan met boosheid, ongewenst/gewenst gedrag en hoe het zit met grenzen in je gezin, je werk en in je klas. Want ook ouders en leerkrachten hebben vaak iets te leren over weerbaarheid van hun kind(eren) en ook bij zichzelf…

Respect en vertrouwen

Pesten gaat ook over het gebrek aan kennis van elkaar. Hoe goed ken je eigenlijk degene die je pest? Hoe goed ken je eigenlijk je pester? Het is namelijk veel makkelijker om lelijk tegen iemand te doen die je niet (goed) kent dan tegen je beste vrienden of vriendinnen. In de trainingen en coaching op het gebied van gedragsproblematiek besteed ik hier veel aandacht aan. Je gaat eerst op zoek naar wie je zelf eigenlijk bent. Wat je fijn vindt en wat niet, wat de dingen waren die je hebt meegemaakt die heel moeilijk voor je waren en wat je heel veel kracht en energie heeft gegeven. Als dit in een groep gedeeld wordt, leren ze elkaar ook beter kennen. Dan is er ineens veel meer begrip voor elkaar. Dat het niet makkelijk is als je vader ongeneeslijk ziek is, of dat je ouders zijn gescheiden. Het is de taak van ons als opvoeders en onderwijsprofessionals om een dusdanige veilige en open sfeer en momenten te creëren dat kinderen dit kunnen uiten. Het uitwisselen van belangrijke ‘sleutelmomenten’ in ieders leven draagt bij aan begrip, empathie en verzacht vaak onmiddellijk de gespannen verhoudingen tussen kinderen. Je hoeft helemaal niet op details in te gaan, maar je kunt wel zaken (laten) benoemen. Zelf was ik hier altijd heel helder in toen ik nog voor de groep stond. ‘Jongens, het kan zijn dat ik er niet helemaal bij ben vandaag, want mijn oma is gisteren overleden en daar ben ik erg verdrietig over’. Ik maakte er geen groot drama van, maar het gewoon even benoemen werkte prima. Het raakte me altijd hoe ongelooflijk empathisch kinderen dan reageren. Tussendoor kreeg ik lieve briefjes of tekeningen of een mooi gedicht. Dit doen kinderen ook bij elkaar, als je erop let…

Als je hier aandacht aan schenkt, ontstaat er vanzelf een sfeer van respect, vertrouwen en verdraagzaamheid. Dan hoef je het hier helemaal niet meer over te hebben, dan is het er gewoon. En als neveneffect verdwijnt het pestgedrag dan als vanzelf.

De rol van volwassenen

In pestsituaties laten volwassenen het vaak afweten. Ze sluiten hun ogen voor wat er gebeurt en vele ouders beschermen allereerst hun eigen kind. Dat is natuurlijk prima en noodzakelijk, maar voor een pestsituatie is meer nodig.
Het kind dat pest omdat het nog niet zo’n goede leider is, is makkelijker te helpen dan het kind dat pest vanuit de eigen, vaak machteloze, situatie.
Het eerste kind heeft duidelijke coaching nodig op zijn of haar gedrag én een oordeelvrije houding. Hier kijken we naar wat je wil veranderen, wat je doel is, wat al heel goed werkt en wat de onderliggende behoeften zijn. Samen formuleren we dan te nemen actiestappen. Door dit samen te doen, kom je tegemoet aan wat dit kind nodig heeft en werk je aan oplossingen en duurzame gedragsverandering.
Het tweede kind heeft hulp en stevige, doch ook oordeelvrije leiding nodig, maar jammer genoeg gaan wij als volwassenen daar vaak aan voorbij en zetten het kind weg. We oordelen en veroordelen over dit kind en straffen het vaak op een manier die het kind (opnieuw) het gevoel geeft dat het niet goed genoeg is.
Willen we kinderen in pestsituaties helpen dan is het nodig dat wij als volwassenen sterk en volwassen de leiding nemen en kinderen waarderen om wíe zij zijn en niet om hun gedrag. Op die manier geven we de kinderen die nog stoeien met hun leiderschap een steuntje in de rug en geven we daadwerkelijke hulp aan misschien wel getraumatiseerde kinderen die pesten om te voorkomen dat zij gepest worden.
Dit vraagt dan van ons stevig leiderschap en voor alle kinderen een begripvolle houding waarbij we zelf het goede voorbeeld geven!

Begeleiding nodig?

IKSTA kindercoaching begeleidt kinderen, ouders en scholen op het gebied van gedrag en leren. Neem gerust contact op, dan kijken we samen naar wat we hierin voor elkaar kunnen betekenen.

Pin It on Pinterest

Share This